Overslaan en naar de inhoud gaan

De atmosfeer is een compacte laag van gassen die een planeet of ster bedekt. Onze atmosfeer, ook wel dampkring genoemd, houdt onze planeet op een doorgaans leefbare temperatuur (gemiddelde over hele aarde is 15 graden) waardoor er veel levensvormen zijn op Aarde. Dat komt omdat de warmte van de het zonlicht enerzijds op een efficiënte manier kan doordringen en anderzijds wordt de uitgaande stralingswarmte verhindert om in de ruimte te ontsnappen. Dit 'deken van lucht' is dun in vergelijking met de aarde zelf: de aarde heeft een straal van circa 6370 kilometer, maar de atmosfeer is volgens de meeste studies minder dan 1000 kilometer dik. 

 

In de dampkring onderscheidt men vijf lagen: de troposfeer, de stratosfeer, de mesosfeer, de thermosfeer, en de exosfeer. Het weer speelt zich af in de laag die het dichtst bij de aarde ligt, de troposfeer. Dit is tevens de dunste laag van de vijf. De dikte van de troposfeer varieert van 6-8 kilometer aan de polen tot 16-18 kilometer in de gebieden rond de evenaar en is de warmste en vochtigste laag van de dampkring. Daarboven bevindt zich de stratosfeer waar er sterke winden overheersen en de temperatuur over het algemeen stijgt met toenemende hoogte. Dat komt door de absorptie van ozon. De ozonlaag maakt hier namelijk deel vanuit en bevindt zich op zo'n 22-25km hoogte. Deze beschermt ons voor het schadelijke UV-licht van de zon. De stratosfeer reikt tot 50km hoogte, waar de temperatuur rond het vriespunt ligt: zo'n 50 à 60 graden warmer dan bovenaan de troposfeer!

KMI - Atmosfeer

In de mesosfeer daalt de temperatuur opnieuw met toenemende hoogte, weliswaar trager dan in de troposfeer: het verticaal temperatuurverschil is gemiddeld -2,6°C/km, terwijl dat in de troposfeer gemiddeld 6°C/km is. Op 80-90km hoogte (op het grensvlak met de thermosfeer) komen meestal de koudste temperaturen van onze atmosfeer voor. Het is er meestal tussen -65 en -90°C. Door die bijzonder koude temperaturen, vormen er zich tussen eind mei en begin augustus soms lichtende nachtwolken op hoge breedtegraad (doorgaans noordpoolcirkel). Ruimtepuin en meteoren branden in deze laag snel op doordat ze in contact komen met luchtdeeltjes die voornamelijk uit zuurstof en stikstofmoleculen bestaan. Deze laag van de atmosfeer is het minst onderzocht: het is te hoog voor weerballonnen (te lage luchtdruk) maar ook te laag voor satellieten (te veel zwaartekracht). 

Op zo'n 90km hoogte bevindt zich de grens met de thermosfeer. In deze laag van ruim 500km dik stijgt de temperatuur zeer snel: op 100km hoogte vriest het nog -70 à -85°C maar op 200km hoogte is het doorgaans +200°C! De temperatuur stijgt zelfs naar 1000°C op 500km hoogte, de warmste plek van onze atmosfeer. Verder dan 500km hoogte, spreken we van de exosfeer. Deze vormt de geleidelijke overgang naar de ruimte en heeft daarom een onduidelijke buitengrens (sommige zeggen tot 800km, anderen beweren +1000km). Zowel in de thermosfeer als in de exosfeer kan er poollicht (Aurora Borealis of noorderlicht in ons halfrond) voorkomen, maar vaak is het tussen 100 en 300km hoogte. 

Interessant weetje: wist je dat het ISS zich op 'amper' 400km situeert, waar het +700°C is? De temperatuurbeleving is daar echter helemaal anders, omdat de moleculen veel trager bewegen omwille van de povere zwaartekracht. De weersatellieten daarentegen bevinden zich véél hoger, op 35 880km hoogte! Ver buiten de dampkring dus.  

Een samenvattend overzicht...

What Are The 5 Layers Of The Earth's Atmosphere? - WorldAtlas

Ook sterren, zoals onze zon, hebben een atmosfeer trouwens, bestaande uit de fotosfeer, de chromosfeer, een overgangslaag, en de corona. 

Top 25 Unexplained Natural Phenomena