Een Engelse term om aan te geven dat je een schuldgevoel of veel spijt hebt wanneer je binnen blijft op een zonnige dag of een zonnig moment van de dag. Dit gevoel kan zich ook opstapelen naarmate je lang binnen blijft: het is vooral heel herkenbaar voor mensen die minder mobiel zijn of die lange werkshiften binnen doorbrengen, waar geen ramen of vensters zijn. Veel mensen hebben namelijk de drang om te genieten van mooi weer en passen hun planning daarop aan: in plaats van een film in de bioscoop te gaan kijken, kiest men voor een wandeling/fietstocht of een terrasje met hun partner of vrienden.
Stel: het is examenperiode, dat doorgaans 2 à 3 weken duurt, maar intussen schijnt de zon alle dagen volop en genieten tal van mensen van de heerlijke buitenlucht. Oudere vrienden of vrienden die al afgestudeerd zijn, vragen of je zin hebt om iets leuks buiten te doen... dat heeft uiteraard een wrang gevoel als gevolg, zeker als je in de stad leeft dat bruist van het leven. Op kot zitten, vraagt dus een extra portie zelfdiscipline.
Om dit verlangen te onderdrukken, zonderen sommige studenten zich af van de realiteit door hun gordijnen dicht te doen, om niet afgeleid te worden door het zalige weer en zich beter te focussen op hun studies. In de winter ervaren we dat 'guilty'-gevoel minder, zeker wat de jongeren betreft.
De waarde die een persoon hecht aan een zonnige dag verschilt van cultuur/religie en nationaliteit: mensen die aan de kust van de Middellandse Zee (bvb. Provence, Costa del sol, Italiaanse kust etc.) wonen, zien heel vaak de zon doorheen het zomerseizoen en voelen zich minder schuldig als ze een dag binnenshuis spenderen. Mensen die in een woestijnklimaat leven, zullen nooit 'sunshine guilt' ervaren, terwijl mensen in het hoge noorden (Ijsland en Scandinavië) daar het gevoeligst aan zijn.